Gisteravond had ik een datenight met LOML. We gingen uiteten, we hadden het over alle dingen waar we nog over wilden praatten. Op 1 of andere manier kwamen we op een onderwerp waarop ik heel lacherig tegen hem zei “ik heb mijn hele leven een beetje het idee dat nederlanders mij interessant vinden”.

Dat zei ik heel lacherig, ik realiseerde me ook wel hoe stom dat klonk, LOML moest ook lachen, maakte natuurlijk meteen vele prinses op een erwt grapjes, maar ik begon het wat toe te lichten en toen snapte hij het wel.

Niet heel toevallig keek ik gisteravond de documentaire “hello privilege, it’s me Chelsea” op Netflix. Ik keek eerder “Chelsea does”, een aanrader, vooral de aflevering over ayahuasca en racisme vond ik interessant.

Maar goed, hello privilege dus, ook een tip. Hierin onderzoekt ze hoe ze een “betere wit persoon kan zijn voor gekleurde mensen”.

Tijdens het kijken van de docu dacht ik weer aan wat ik eerder op de avond zei tegen mijn man “nederlanders (en hiermee bedoel ik, om maar even in hokjes te praten, witte nederlanders, vinden mij interessant”. Ik realiseerde me opeens waarom ze mij interessant vinden, of nou ja..

ik ben ook white privilage.

Het was opeens een huge eye opener voor mij. Heust, ik ben niet wit, dat weet ik. In mijn hele leven heb ik niet veel met disciminatie te maken.

Ok, de uitspraak “wat spreek je goed nederlands” heb ik natuurlijk weleens gehoord. Net als de vraag “ben je geadopteerd? Want je spreekt zo goed nederlands!”. Ook is mij bij sollicitatiegesprekken weleens gevraagd wat mijn afkomst is, totaal niet belangrijk bij een gesprek dacht ik zo. Heel vroeger ben ik 1x gepest toen een oudere jongens tegen mij zei “je ziet zwart van de luizen”, maar nadat mijn moeder naar hem toe ging om te praten bood hij netjes zijn excuses aan.

Thats it. Verder helemaal niets. En ik snap natuurlijk ook wel waarom.

Ik ben weliswaar getint, maar ik ben niet zwart. Ik ben aziaat. Indonesisch (of moluks? javaans?), dat vinden mensen toch interessant om te weten. Ik heb geen arabisch uiterlijk. Ik draag geen hoofddoek. Ik zie er dus benaderbaar uit. Ik ben niet “een van hun”, maar ik zou “een van hun” kunnen zijn, al heb ik dus een tintje. Ik spreek inderdaad goed nederlands, zonder een accent.

Ik word niet achterna gezeten in winkels. Mensen vragen zich niet af “of ik dat wel kan betalen”. Ik word niet aangehouden tijdens het autorijden. Ik ben nooit bang geweest of mijn achternaam de reden is voor aan afwijzing.

Ik ben, kennelijk, gewoon, normaal. Niet zwart. Ook niet blank. Wel veilig. Ik heb kansen gekregen in mijn leven die ik met beide handen heb aangepakt, ja tuurlijk. Maar ik realiseer me nu opeens ook dat ik dat stukje “achterstand”(godver wat klinkt dit stom) niet heb. Dat stukje “dit is een andere kleur. Een ander ras”. En ik zou ook niet weten hoe dat is, want ik ben/heb het dus niet.

En dat geeft stof tot nadenken. Wat precies dan, dat weet ik ook niet zo goed.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store