Volgens mij gaat dit stukje weer over de liefde.

Vanochtend.
De kinderen hadden al ontbeten, ze waren al aangekleed. Mijn haren had ik inmiddels al 1 week niet gewassen, en dat kon je zien: geen droogshampoo kon er meer iets van maken. Nr3 slaapt dit weekend bij mijn ouders. Ik was alleen met de 2 grote broers, dat scheelt. Tijd dus om te douchen. Nr1 kwam er gezellig bij, hij ging op de wc zitten. Dus, zei ik, vertel eens even over school, vind je het nog leuk? Hij praatte wat, ik waste mijn haren.

Na het douchen ging ik even ontbijten. En daarna zei ik: kom we gaan jongens. Naar het bos.

Het “appelbos” in Glimmen heb ik ontdekt tijdens een creche uitje van nr2 toen nog. Een heerlijk groot bos, met een paviljoen erbij waar je lekker pannenkoeken kon eten en een klein speeltuinje. De jongens hebben nieuwe regenlaarzen en vooral nr2 vindt het heerlijk om in de plassen te stampen.

Ik vind het heerlijk, zo in het bos. Ik moet vaker de natuur opzoeken, ik beloof het elke keer weer als ik in het bos sta. We wandelen door het bos, onderweg maak ik foto’s. Ik zeg de jongens hoe belangrijk en gezond de natuur voor ons is. Van de bomen krijg je vitaminen, zeg ik, die kun je niet uit een potje krijgen. En vooral voor jou is het denk ik wel fijn, zeg ik tegen nr1. Waarom dan, vraagt hij. Omdat je al zoveel prikkels krijgt. Dan is het goed om even rust te krijgen. Wat zijn prikkels, vraagt hij. Al die geluiden om je heen, zei ik. En die kleuren die je doordeweeks al overal ziet. Hij is stil.

Na het wandelen gaan we pannenkoeken eten in het paviljoen. Tenminste, dat is de bedoeling. Het is erg druk, er is 1 of andere wandelclub. Alleen wat drinken dan maar. Na het drinken willen de jongens nog even bij het speeltuintje spelen. Is goed, zei ik. Mama zit hier nog even binnen, kijk, door de ramen kun je mij wel zien, zeg ik ze.

Ik drink koffie en kijk om me heen. Allemaal oudere mensen, in een wandeloutfit. Toch een type mens, denk ik. De schoenen, de heuptasjes, in hun hand een routekaart. een petje op, en dan de kleren, tja.

En dan moet ik aan mijn lief denken. Wat vind je van wandelaars, zou ik vragen. Zo vraag ik altijd dingen, vooral dingen waar ik bij voorhand wel een mening over hem en deze ook graag wil vertellen. Wat vind je van de wandelroute in de Kruidvat, wat vind je van manager in supermarkten, wat vind je van mannen die tegen hun vrouw zeggen “ach, schei toch eens uit mens!”.

Hij zal lachen, en zeggen: nou vertel het maar Des, jij vindt er vast wel wat van. Vervolgens zal hij er een grapje over maken, bij voorkeur een woordgrapje, daar is hij wel goed in. Ik denk aan de woordgrapjes die hij in het verleden heeft gemaakt. Ik mis hem. En dan opeens, daar in het paviljoen, schiet ik in de lach. Omdat ik aan alle grappige momenten denk die ik altijd met hem heb. Dat ik altijd om hem moet lachen, ook al ben ik boos en wil ik niet lachen.

Een keer speelden nr1 en nr2 met elkaar, nr2 speelde (zoals altijd) de baas, en nr1 wou niet meer meedoen. “ABC, ik doe niet meer mee”, riep hij toen boos, en daar moesten LOML en ik toen hard om lachen. Toen we eens ruzie hadden liep ik tijdens het gesprek boos weg, waarop hij zei “ach, ABC, doet mevrouw niet meer mee?”.

Ik lach, ik schud met mijn hoofd, en pak mijn telefoon. Ik besluit hem te appen. I love u. Zo ontzettend veel.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store