Ik zit op de loveseat, met een kop koffie. In mijn oren galmt het gekrijs van nr3. nog na.

Zodra ik opstond wist hij hoe laat het was. Nee, mama niet weg, zegt hij en hij trekt al een pruilipje. Zijn brede donkere wenkbrauwen in een fronsje. Nee, mama, nee. Ik til hem op, geef hem een kus. Mama komt je zo ophalen, echt. En je gaat het prima doen hier. Nog een kus.

Maar hij heeft al helemaal door wat er gaat gebeuren. Tranen over zijn wangen, hij schreeuwt, nee hij krijst. Ik wil ook naar huis mama. Ik geef hem aan de crecheleidster maar nr3. heeft het hengsel van mijn tas nog vast. Hij houdt het stevig vast met dat kleine vuistje van hem.

Niet weggaan, schreeuwt hij in mijn oor, terwijl ik zijn vingertjes los probeer te maken van mijn tas.

De crecheleidster kijkt mij aan als ik los ben. Het komt goed hoor, zegt ze, meer tegen mij dan tegen hem.

Ik loop snel weg, de gang door, naar de andere uitgang want de ene uitgang mag niet meer door corona, en door de verder stille gang hoor ik het na galmen van nr3. die hard aan het huilen is.

Toch niet heel makkelijk voel ik me eronder, terwijl ik zo gesnakt heb naar eventjes alleen zijn, deze laatste dagen. En natuurlijk, net nu ik een peuterspeelzaal voor hem gevonden heb, voel ik het toch, die stilte om me heen, niet een 2 jarige peuter die om me heen hangt.

Om 12 uur haal ik de jongens op van school. Eerst nr2. die naar me toe loopt, zijn rugtas stoer over zijn schouder. Nr1. die eraan komt sjokken, dromerig zoals altijd, totaal niet opletten tegen wie hij aanbotst. Zijn oogjes knijpen samen door de felle nazomer zon. He knapperd, zeg ik tegen hem, en geef hem een kus, ga door zijn haren. Hoi, zegt hij terug, en afwezig geeft hij mij zijn rugtas, hij kijkt niet eens of ik het wel aanneem.

We moeten nog even wachten, zeg ik tegen de jongens. nr.3 is een kwartier later vrij. Moest hij huilen mama, vraagt de oudste, en ik zeg “heel hard”. Oh, dat vind ik zielig, zegt hij terug.

Naast mij een moeder van een klasgenootje van nr2. Volgens mij is hij jarig geweest. Er staan meer moeders om hem heen, die allemaal een grote tas bij zich hebben. Ik zie bij elke tas wel een kadootje en al snel staan meer klasgenootjes van nr2. erbij.

Heel even voel ik het. Mijn zoon niet. Het is geen verwijt, geen beschuldiging, tenslotte is hij net nieuw op school.

Ik kijk naar nr2. hij heeft niets door. Alleen zijn broer die kijkt hoe het groepje wegloopt naar de auto’s klaar voor het feestje, waar gaan ze heen mama, vraagt hij dan.
Op dat moment kijkt nr2. ook op. Hij kijkt ze na. kom mama, we gaan.

We lopen naar de peuterspeelzaal waar nr3. net vrolijk aan de hand van een leidster naar buiten loopt. Het ging heel goed, zegt ze, toen je wegging was hij nog eventjes aan het huilen maar daarna speelde hij vrolijk verder.

Ik til hem op, en knuffel hem. Zijn gezicht tegen die van mij. Met zijn armpjes houdt hij mij stevig vast. Ik voel hoe nr2 en nr3. dicht tegen mij aanstaan en de beentjes van hun broertje vasthouden.

Zo is precies goed.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store