Ouders van jeugdige topsporters worstelen met de hoge prijs die hun kinderen moeten betalen voor een plaats op het podium. Moet je koste wat het kost talenten ontwikkelen?

Maandagavond keken LOML en ik de docu Turn! . Die kun je nog terugzien.
Als je wilt trouwens. Ik bedoel: als je het aankan.

Ik besprak de docu met een moeder van de school en die kon het namelijk niet. Er kwam een stukje van de docu bij Pauw en dat vond de moeder van school al verschrikkelijk. Ja, die scene waar die arme jongen nog dieper op zijn rug geduwd werd in een split waarbij hij snikkend tot 10 tellen: het doet wat met je moederhart.
Welke ouder laat dit toe? Waarom wil je toch zo graag dat je kind geen kind meer is maar blijft top presteren?

Ik probeerde de docu met een open mind te kijken. Ja, je hebt er een vader bij, dat is de klootzak. Sorrynotsorry. Het is de vader van overigens dat zoontje die moet presteren, “want waar doe je het anders voor”. Ondertussen heeft de vader een turnhal verbod, hij mag niet meer bij de trainingen aanwezig zijn, dat zou teveel druk zijn voor het kind.

En toch, door mijn *kuch* open mind, snap ik het ook wel, die ouders. Die moeders. Je ziet dat je kind talent heeft en natuurlijk wil je dan graag dat hij wint. Dat is leuk, voor jou (en je ego), en natuurlijk ook voor het kind. Je gaat erin mee, ik snap dat. Die zachte manipulatie van de trainers , het niet durven opgeven “want anderen doen het ook niet”, ik denk dat het heel menselijk is om daar dus in mee te gaan. Dat je uiteindelijk er alles aan doet dat je kind een wedstrijd moet winnen.

Ik denk ook echt: beetje fanatiek zijn is niet erg. Discipline, perfectionisme, zijn karaktertrekken (toch?) die heb je nou eenmaal nodig wil je op de eerste plek blijven staan. Als je denkt aan alle topsporters, al die sterren, die hebben daar als kind natuurlijk ook de nodige verjaardagsfeestjes voor moeten laten schieten. Is dat goed? Of is het perse slecht?

Mijn man trouwens is er flink op tegen. Het moet nooit ten koste van gaan, zo zegt hij. Maar toen vroeg ik hem wat hij zou doen: stel dat 1 van onze jongens later bij Barcelona mogen voetballen maar vervolgens zeggen “papa, we staan liever achter de kassa bij de Lidl”. Een gemene gewetensvraag, ik weet het. Maar, zo zei ik tegen mijn man, je kunt mij niet zeggen dat je dan meteen zegt “tuurlijk jongen, ga maar van voetbal af”.

Voor de duidelijkheid, ik zou, hopelijk, nooit zo’n ouder worden. Een kind moet kind zijn, en voor mij hoeven ze echt geen topsporter te zijn. En tegelijkertijd vind ik het, en daar komtie weer, lastig. Want om ergens te komen moet je ook iets laten. Moet je er ook iets voor moeten doen. Maar wat is de grens?

Ik was blij dat het zoontje van de documentairemaakster, Esther Pardijs, uiteindelijk toch ervoor koos om naar het verjaardagsfeestje te gaan. Topper, dacht ik, wat dapper van jou. En nog sterker dat hij uiteindelijk (sorry spoiler!) ook van turnen afgaat. Toe maar ventje, speel, geniet.

In de laatste scene vertelt Esther dat haar zoontje toch van turnen is afgegaan. Maar misschien, zo zegt ze dan, zijn verliezers ook wel winnaars.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store