We wandelen bijna elke avond, na het avondeten, een klein rondje. Met z’n allen. Nr1. op de step, nr2. op zijn fiets, nr3. op zijn kleine spiderman fietsje.

Er was hoog gras, waar we heen liepen.

Ik wil daarheen, zei nr2. Liever niet, zei ik, misschien zijn daar teken.

Ik wil toch, zei hij. Ik haalde mijn schouders maar op, je doet maar, want als ik iets geleerd heb van discussiëren met nr.2 is het gewoon niet doen, het heeft geen zin, hij geeft niet toe, ik ben de baas, hij vindt dat hij de baas is, en zo zijn we een uur en vele tranen verder.

Ik liep alweer weg, toen ik zijn grote broer met hem hoorde praten.

“Mama zei toch dat je dat niet moest doen?”. En dan nr2 “ze zei liever niet doen, dat is iets heel anders, ze zegt dus eigenlijk dat het wel mag”.

“En trouwens”, zei hij toen een beetje zachtjes, “weet je waarom ik wel door het hoge gras wil lopen? Omdat mama of papa mij dan vanavond gaan controleren op teken, en dat vind ik leuk”.

Nr2. is het meest plakkerige kind van alle drie. Als baby al kon hij alleen in slaap vallen tegen mij of ieder ander warm stuk huid aan. Hij was een huilbaby en wilde het liefst de hele dag opgetild worden. Wat dat betreft is er eigenlijk niets veranderd in de zin van dat hij het meest knuffelige is. In de ochtend komt hij naar je toe lopen met zijn armen wijd zodat je hem moet optillen en vervolgens legt hij zijn hoofdje op je schouder.

Als we ‘s avonds op de bank tv kijken kan hij opeens op mijn schoot zitten en vragen “mama, wil je kijken of ik luizen heb?”. Dat gekriebel in zijn haar, hij vindt het heerlijk. Gekrab op zijn rug, hij is meteen stil. Samen met hem slapen betekent de hele nacht een warm lichaampje om je heen gekruld, ik heb er wel tig foto’s van op mijn telefoon.

En waar zijn broer duidelijk kan vertellen wat hij voelt “ik ben moe, ik ben verdrietig, ik ben jaloers, ik ben teleurgesteld”, doet nr2. dat in gehuil, gestamp, in boos gedrag.

Terwijl ik ook weet: hij wil dan alleen maar aandacht. Een knuffel. Warmte. Liefde.

Die avond als we met z’n allen in de badkamer staan roep ik “iedereen even alles uit en voor mij staan!”. Ik controleer ze alle drie op teken, maar bij nr2. ben ik zogenaamd extra oplettend.

Even onder je oksel nog kijken hoor.
In je haar dan?
Bij je nek?
Zal ik ook achter je oortjes kijken?

Ik doe het nog een keer voor de zekerheid, zeg ik, vind je dat ok?

Hij staat voor me met een lach. Ja, doe maar, zegt hij.

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.