De gymzaal waar nr1 en nr2 elke week judoles hebben zit in een gebouw waar ook een school zit, een bso, een kinderopvang en de bibliotheek. De gymzaal zit op de eerste verdieping.

De gymzaal is tot vier uur bereikbaar via de trap en de lift binnen. Na 1600 uur moet je naar buiten via de nooduitgang. Via het dakterras kom je bij de buitentrap.

Ontzettend onhandig voor moeders die meerdere kinderen hebben, ik bijvoorbeeld. Ik heb nr3 in mijn armen terwijl ik nr2 bij zijn handje vasthoudt, het is best een stijle trap, en bij regen en sneeuw is de trap glad. Een andere moeder heeft 4 kinderen, zij moet op en neer lopen, eerst de baby in de maxi cosi die ze beneden dan op de grond neerlegt, ze roept naar haar derde kind “blijf daar! Niet alleen de trap af!”, snelt zich naar boven, om vervolgens haar derde kind de trap af te helpen. Niet handig dit dus, en al helemaal niet voor een andere moeder die niet goed ter been is. Ze zit in een rolstoel. De laatste keer kon “bij hoge uitzondering” de deur binnen toch open blijven zodat zij de lift kon pakken.

Bij de gymzaal stond een nummer van de gemeente die je kan bellen bij vragen of klachten. Dus belde ik. Ik was niet boos, niet geergerd, ik wou gewoon weten of er een oplossing mogelijk was. Die was er niet, kortaf gezegd door de mevrouw van de gemeente die mij terugbelde. Ik moest het maar regelen met de judoschool. Of de bibliotheek. En toen vroeg ze “maar waarom neem je je kind dan mee naar judo?”. Omdat ik geen oppas heb, zei ik, daarom. En ik ga niet eens voor elk sportlesje van de kinderen een oppas regelen, hij kan gewoon mee, en we zouden ook gewoon via de trap binnen naar buiten kunnen, want de bibliotheek is ook tot laat open. Nou, dat moest ik dan zelf maar regelen met de bieb, en niet met haar.

Dat doe je toch niet, met een kind in de trein zitten? Een paar weken terug ging ik naar Utrecht. Naast mij: een moeder met haar zoontje. Hij was rustig. Tenminste: in mijn ogen, maar ik heb 3 kinderen. Goed, hij zat wat te piepen als weer zijn speelgoedje viel, maar die raapte de moeder meteen op, ik hoorde haar fluisteren tegen haar zoontje “nu wel vasthouden he”. Ze deed haar best om haar medereizigers niet lastig te vallen. Ik zag het aan haar blik, ik herken het. Je wilt andere mensen niet tot last zijn met jouw kinderen. En toen hoorde ik, een coupe achter mij, wat meiden tegen elkaar zeggen “ja, je neemt je kind toch ook niet mee de trein in?”.

Nee belachelijk inderdaad, ouders met kinderen zouden een auto moeten regelen of een prive vliegtuig of desnoods ga je lopend naar bestemming, maar hoe durf je, hoe durf je toch, andere mensen lastig te vallen met jouw kind?!

Laatst ging ik boodschappen doen. Nr3 begon te jengelen, zijn speen wou hij niet in, hij wou geen stukje brood, hij wou niets. Naar huis, dat wou hij denk ik, maar ik moest nog naar een andere supermarkt. Wilt hij een koekje misschien, hoorde ik opeens naast mij iemand zeggen. Ik keek op: een vrouw, iets ouder dan ik misschien, die net babykoekjes had gekocht. Ze maakte de doos open. Kijk, zei ze, neem dit stukje maar. Ze gaf het aan nr3, die werd stil, keek naar haar, naar mij, gooide zijn speen weg, en nam het koekje aan om er van te knabbelen. Dankjewel, zei ik haar. Geen probleem hoor, zei ze, en ze liep weer verder.

Laatst speelde nr1 bij een vriendje thuis. Ik merkte toen iets thuis: nr2 was een engeltje. Hij speelde rustig, we hadden leuke gesprekjes over school, hij vertelde mij zelfs welk meisje hij lief vond, we gingen samen in bad. Die avond at hij zonder zeuren zijn bord leeg, en vlak voor het slapen speelden hij en zijn broer heerlijk samen. Hij moet wat meer apart zijn van zijn broer, bedacht ik me. En zijn broer moet er wat meer uit. Ik regel playdates graag bij mij thuis, ik wil andere moeders niet lastig vallen en zo kan ik ook ze ook wat in de gaten houden, maar het is toch ook wel goed en fijn voor hem om bij iemand anders te spelen.

De moeder van datzelfde vriendje sprak me van de week na school weer aan. Mag nr1 weer bij ons spelen, vroeg ze. Haar zoontje wou het graag. Nr1. liet het niet 2x zeggen “ja, ja, ik wil dat!”. Ik vertelde haar hoe fijn ik het vond toen hij vorige week bij hun speelden, er was rust bij ons thuis, en hij vond het geweldig om bij haar te spelen. Nou, zei ze, dan is toch geen probleem, dan speelt hier toch gewoon wat vaker? Winwin, dacht ik zo, ik heb geen kind aan die van mij, en jij hebt je rust thuis. Geen probleem hoor, zei ze er nog achteraan, gewoon mij appen!

Sommige mensen vind ik stom. Sommige niet. Die vind ik echt ontzettend ontzettend lief.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store