Afgelopen weekend hadden we eindelijk eens een kind-vrij weekend.

We deden wat we altijd doen, alleen dan thuis, natuurlijk. We keken programma’s terug op NPO Start (De wereld van Chinezen en Revolutie in Indonesië), we ontdekten After Life (hilarisch en verdrietig tegelijk), ik haalde flink wat yoga lesjes in en we spraken.

Dat spreken, dat praten, dat lijkt misschien apart, maar geloof me, als je drie kinderen hebt die , als hij thuiskomt, meteen om hem heen dartelen, ieder te vragen om aandacht want “jeuh papa is thuis”, dan leer je het wel af om dan niet een serieus gesprek te beginnen, want dat heeft totaal geen zin.

‘s Avonds ben je vaak te moe om te praten, dus dan lig je beide op de bank, je bespreekt de dag wat globaal, je kijkt wat tv, je leest een boek.

Het echt praten, elkaar aankijken, de aandacht voor elkaar, elkaar aanraken, ja, dat ging dit weekend dan wel.

Ik huilde omdat het me eindelijk duidelijk werd wat te doen met die ene vriendschap. Hij luisterde, hij ving mij op, troostte en gaf mij, zoals altijd, fijn advies.

Het was toen, terwijl hij praatte, rustig, met zijn kalme stem, dat ik me realiseerde hoe fijn het is dat hij altijd de rust bewaard.

Ik dacht aan de bevallingen. Bij nr1, onze eerste, die zes weken te vroeg werd geboren. Ik herinner me de tranen in zijn ogen toen nr1. op mijn borst werd gelegd. Ik herinner me nr2. waar ik vruchtwater verloor in het zwembad en hij rustig bleef en onderweg naar huis nog tegen nr1. zei “je krijgt vandaag een broertje!”.

Ik herinner me de laatste bevalling, van nr3, die we met z’n tweeën deden, zonder verloskundige, hoe hij mij vasthield, mij motiveerde, en hups, daar was nr3. en hij enthousiast riep “jaaa, daar is ie!”.

Ik herinner me zijn geduld, zijn kalmte, zijn rust, dat altijd effect op mij heeft.

Ik lees de prachtige dichtbundel “Enea, nooit jaloers”, van Lot Bouwes (tip!), over de liefde, hoe rauw en mooi het tegelijk kan zijn, en ze schrijft:

“tijdens een ruzie heb je een keer gezegd dat ik een steen ben. Een rots midden in zee. En het water ben jij, klotsend en kronkelend om mij heen. Zich constant aanpassend aan mijn aanwezigheid. Ik verdenk je er soms van dat je met je zachte natheid kleine scherpe stukjes van me afveilt, traag en geduldig. Zoals water alles langzaam oplost”.

En ik herken dat. Ik herken hierin mijn eigen scherpte, het steken. En die kleine scherpe stukjes, veil het er maar af, denk ik dan. Maak mij maar zachter.

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store