Ik sta in de rij voor de kassa in de Lidl. De Lidl staat in een behoorlijke multi culti wijk. Voor mij een vrouw met een hoofddoek. Een beetje onhandig staat ze er, ze laat wat boodschappen vallen. Als ze dan eindelijk heeft afgerekend heeft ze nog een vraag aan de cassiere.

Ze spreekt niet heel erg goed nederlands, maar ook niet slecht. Maar de cassiere begrijpt haar niet. Of doet alsof. Ik sta achter haar en begrijp haar vraag wel, iets met een kortingsactie.

Nee, ik begrijp echt niet wat u zegt hoor mevrouw, zegt het meisje achter de kassa. Ze zegt het extra hard. Alsof de vrouw met de hoofddoek niet alleen “heel slecht” nederlands spreekt, maar ook doof is. De vrouw met de hoofddoek laat zicht niet kennen en probeert de vraag nog een keer te stellen. Wat zegt u nou, ik snap het echt niet, zegt het meisje geirriteerd. Ze kijkt mij aan, maar tegelijk kijkt ze een beetje weg omdat ze ook wel ziet dat ik een kleur heb en dus echt niet tegen haar ga zeggen “tja, die buitenlanders ook altijd”.

Ze heeft denk ik een vraag over een spaaractie, zeg ik tegen haar. Dat snap je er toch ook wel uit? Mevrouw, heeft u een vraag over die actie? Ik wijs naar een folder. Ja, ja, dat bedoel ik, zegt ze.

Dit is de folder, zegt het kassameisje. Kan u alles in lezen. Ze gaat verder met werken.

Mijn beste vriendin R. vertelde eens dat een paar collega’s op haar afdeling het liedje “10 kleine negertjes” zongen. Zomaar. Opeens. Wat zijn jullie nou weer aan het doen, vroeg ze. Gewoon een liedje zingen, zeiden haar collega’s. Vinden jullie dat nu in 2019 nog normaal dan, met het n-woord erin, vroeg mijn beste vriendin R.
Even stilte.
En dan “maar het is toch maar gewoon een woord?”.

Vorige week haalde ik grote boodschappen. Nr3 zit vrolijk in de winkelwagen. Een man in een electrische rolstoel rijdt mij tegemoet. Ik zie hem bijna niet, maar weet hem toch op tijd te ontwijken. Sorry, zeg ik, ik zag u niet. Vieze donkere, zegt de man. En u ook een hele vrolijke dag gewenst, antwoord ik terug.

Vanochtend, ik breng de jongens naar school. Een donkere man parkeert zijn fiets voor ons hek. Ik heb hem nog nooit eerder gezien. Als ik terugkom, staat zijn fiets er nog steeds. Mijn man komt later in de middag thuis. Heb jij die fiets nog voor het hek gezien, vraag ik hem. Ja, hij staat er nog, zegt hij. Het is van een donkere man, zeg ik. Ik heb hem nog nooit eerder gezien, waarom parkeert hij zijn fiets hier?

Apart, vindt mijn man. Ik vertrouw het niet, zeg ik tegen mijn man. Misschien staat hij wel ergens te wachten tot er iemand weggaat? Om in te breken?

Even later loop ik het dek op. Ik haal de speelgoedtractor op die bij de buren staat. En dan zie ik daar de donkere man, bij mijn buurvrouw thuis. Schoonmaken. Dat is wat hij doet. Hij is de schoonmaker. Geen inbreker.

Niet alleen zij discrimineren.
Ik ben dus ook gewoon zo’n iemand.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store