Het zal je wellicht niets verbazen dat ik als kind, met al mijn sierlijkheid in me, op klassiek ballet heb gezeten. Kuch.

Op een dag kwam sinterklaas op de balletschool. Tenminste, zoiets begreep ik. Ik had thuis alvast een hele mooie tekening gemaakt, en daar heel trots bij geschreven (ik kon nog maar net schrijven weet ik nog) “aan de sint en aan juf Ellen”. Juf Ellen was degene van wie ik balletles kreeg.

Die woensdag bracht mijn moeder mij naar balletles. De sint kwam helemaal niet langs, zo bleek. Ik weet nog hoe teleurgesteld ik daar stond met mijn tekening in mijn hand. Geef die anders maar gewoon aan de juf, zei mijn moeder. Wat lief, zei juf Ellen, een tekening voor mij. Geef maar hier, dan hang ik de tekening wel op aan de muur, zei ze.

Ik weet nog hoe ik daar stond, tegen mijn moeder aan. De balletles zou zo beginnen, en juf Ellen stond te wachten tot ik mijn tekening aan haar zou geven. Maar ik moest opeens huilen. Ik weet het nog heel goed waarom ik moest huilen, niet eens omdat de sint niet kwam, maar omdat ik me een beetje dommig voelde. Een dom gansje, zo voelde ik me. Mijn moeder begreep er niets van natuurlijk, waarom moest ik nou opeens huilen? En juf Ellen stond er ook wat verloren bij. Wil je de tekening wel geven aan de juf, vroeg mijn moeder in mijn oor. En ik kan me nog zo goed herinneren dat het wazig werd voor mijn ogen door mijn tranen.

Vanochtend bracht ik de jongens naar school. Nr1 en nr2 fietsten alvast vooruit. Toen we bijna bij de school waren zag ik nr2. naar mij toe fietsen. Zijn oogjes waren rood.

Wat is er, vroeg ik hem. Ik moest een knuffel mee, snikte hij opeens. Hij begon te huilen. Hij verborg zijn gezicht naar mij toe. Ik snapte er niets van.

Ik zette de kinderwagen aan de kant en ging op mijn knieën zitten. “Lieve schat, wat is er nou aan de hand?”, vroeg ik hem. Hij begon nog harder te huilen, maar hij veegde net zo hard zijn tranen weer weg. “Wil je nu een knuffel van mama, bedoel je dat”, vroeg ik hem. Nee, ik moest een knuffel mee naar school, snikt hij verder.

Nu begreep ik het. In zijn klas was al een soort wachtkamertje gemaakt, ik zag verband hier en daar, en boeken over de dokter.

“Oh, moest je een knuffel mee, ok, dat geeft toch helemaal niets”, zeg ik hem dan. Ik geef hem alsnog ook een knuffel en zeg “ik breng je snel naar school en daarna loop ik snel naar huis en dan haal ik een knuffel voor je op, ok?”. Hij knikt met zijn hoofd, veegt snel wat tranen weg.
Welke knuffel wil je, vraag ik hem. De pandabeer, zegt hij. Die eh, is kapot, zeg ik. Een andere knuffel dan? Doe maar pikachu, zegt hij dan.

Terug lopend naar huis vroeg ik mezelf af waarom hij nou opeens moest huilen. En toen moest ik denken aan mijn sinterklaas-komt-toch-niet-langs-bij-balletles-herinnering. Hoe dommig ik me voelde, en hoe stom ik het van mezelf vond dat ik een tekening had gemaakt terwijl die oude vent er niet eens was. En hoe dat uitte in puur verdriet en tranen. Daarom moest nr2. huilen, die arme schat. Ik liep snel verder om Pikachu op te halen.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store