Vannacht droomde ik dat in Parijs was. Het was een zwart witte droom.
Ik rende en ik liep, en ik zag mezelf lopen door die straten dat op een plattegrond leek.

Zo was ik op het plattegrond, zo zag ik mezelf lopen, het was alsof ik achter mijn eigen ik aanliep.

Mijn eigen ik keek elke keer achterom, soms lachte ik, soms keek ik bezorgd, maar altijd keek ik om, was ik er nog? Zag ik mezelf nog wel?

Ik was op zoek naar de pandemie buurt, “le pandemie” haarscherp herinnerde ik het me vanochtend. Le pandemie buurt, daar moest ik zijn.

Vlakbij een kruising stond een man. Lang. Dun. Mager. Kaal. Hij had een hele grote hengel.
Niet voor vissen, maar voor mensen. Voor vrouwen.

Ik moest wel langs hem lopen. Ik zag mezelf naar hem toe, langzaam, lopend, stapje voor stapje.

Hij probeerde mij te vangen. Met zijn grote vishengel. Opeens had hij mij. Mij vast aan het puntje van mijn jas. Ik trok mijn jas terug. Keihard. Ik moest een paar keer hard trekken om los te komen.

Toen ik eindelijk loskwam keek ik hem aan. Trots. Fier. Borst vooruit.

Het lukt je niet, zei ik, en het gaat je nooit lukken.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store