Over die nr2. maar weer

Oh wat heb ik weer een strijd met hem. Gekibbel. Ruzie. Zo gaat het even weer goed, en dan opeens is er in de ochtend weer strijd omdat hij niet die spijkerbroek aan wil doen die ik voor hem gekocht heb waar hij zelf bij was, waarvan hij zelf zei “ja mama, deze is mooi, deze ga ik echt aandoen!”.

En dan in de middag is er ruzie omdat ik het waagde om zijn broodje op een groot wit bord te doen en hij wou een klein wit bord, dus ik telde tot 10, tot 20, en ik deed het broodje op het kleine witte bord, en toen zei hij boos “nee, nu hoef ik niet meer”.

Mijn moeder was toevallig die dag bij ons, ze keek ernaar, moest stiekem lachen, “mama, nee, niet lachen!!”, riep ik boos, en toen keek mijn moeder ook boos naar nr2. en zei ze “dit gedrag moest jouw moeder niet proberen toen ze klein was”.

Het is waar. Dat denk ik heel vaak als ik zie hoe verwend&vervelend mijn kinderen zich soms gedragen. Ik had het niet moeten proberen om tegen mijn moeder te zeggen dat ik mijn brood op een ander bord wou. Of mijn ouders te onderbreken als ze met elkaar zaten te praten. Een slentik* tegen mijn oor meteen, en dan dacht ik voortaan wel drie keer na voordat ik het weer probeerde.

Dat is ook niet goed, hoor ik je denken. Nee. Ik weet het. Dit is ook geen pleidooi voor die slentik maar wel een wanhopig kreet van een moeder: WHAT THE FUCK DAN WEL??

Na die ruzie met dat broodje op een witte bord, een kleine bord dus, waar ik nog behoorlijk rustig bleef, nr2. bij mij op schoot trok en hem knuffelde, en we dus beide wat afkoelden, was er weer iets.

Precies een minuut voordat ze naar bed moesten wou hij opeens een appel. Een hele appel. Niet in stukjes. Nee, zei ik, de keuken is gesloten en je gaat nu op bed.

Ruzie. Geschreeuw. Stampvoeten. Zeg sorry, eiste ik van nr2. hij hield zijn mond stijf dicht. Mijn man die thuiskomt in een schreeuwend huis. Hij boos. Ik boos. Nr2. boos, huilend op bed.

Ik ga afkoelen in de tuin met een sigaret (ja, helaas), mijn man gaat tv kijken.

Daarna ben ik rustig. Ik ga naar boven en ik hoor hem nog steeds huilen. Kom dan, zei ik, even naar beneden. Ja, jij mag ook mee, zeg ik tegen zijn broer die nieuwsgierig van zijn bed toekijkt.

In de woonkamer zitten we met z’n allen en dan eindelijk kunnen we rustig met elkaar praten. En knuffelen. Nr2. tegen mij aan, ik aai hem over zijn dunne beentjes. En dan moet ik huilen. Ik snik.

De jongens kijken mij aan. Mijn man vraagt waarom ik huil.

Ik vind het gewoon niet leuk, zeg ik. Deze ruzies. Ik wil het leuk hebben thuis.

Die ochtend trouwens, met die spijkerbroek kwestie. Ik bracht ze naar school, ik nog steeds boos op nr2. Ga maar alleen naar je klas, zei ik.

Hij keek me boos aan. Ik zag dat hij twijfelde, ik wist dat hij niet alleen naar de klas wou.

Dan draait hij zich om en loopt met zijn rugtas stoer over zijn schouder geslagen verder. Op dat moment krijg ik immens veel respect voor hem. Ik zie hem lopen, de hoek om, niet een keer kijkt hij om.

Ik roep hem en loop hem achterna. Hij draait zich om. Nog steeds kijkt hij boos. Kom dan, vraag ik hem en ik geef hem een knuffel. Hij kijk naar me op, een beetje verlegen, maar ook een grijs. Hij weet het. Hij weet het heel goed.

*een slentik is een tik van 2 vingers tegen de achterkant van je oor aan. Beroemd in indonesie, deze tactiek.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store