Op een ochtend zei nr1. dat hij iets bij zijn tand voelt. Ik keek en inderdaad, achter zijn melktandje begon de grote tand te groeien. Wat is dat, vroeg nr1. Een grote mensen tand, zei ik. Die komt er nu aan. En dat kleine tandje vooraan komt dan los te zitten.

En wat gebeurt er dan, vroeg nr1. Hij wou er alles over weten. Loszitten? En hoe ging het tandje er dan uit? En vooral de vraag: deed het pijn? Nee, zei ik. Het doet geen pijn. Echt niet. Ik maakte toen de fout door te zeggen dat je het kleine tandje ook per ongeluk kan doorslikken. Dan merk je er helemaal niets van, zei ik. Maar dat was dom om te zeggen.

Doorslikken???vroeg nr1. toen. Maar een tand is toch scherp? Zou hij er niet in stikken? Of zou het niet pijn doen bij zijn buik? En hoe ging het tandje tandje dan uit zijn lichaam? Het liet hem maar niet los. Ik ben bang dat het pijn gaat doen mama, zei hij toen.

We deden eens een spelletje thuis. Nr1. op de bank staan, met zijn rug naar ons toe, en zich dan achterover laten vallen. En wij hem natuurlijk opvangen. Nr2. vond het geweldig. Die liet zich zo achterover vallen. Joepiee, zei hij, nog een keer!

Nr1. vond het eng. Hij kon zich niet achterover vallen, in ieder geval niet door toch stiekem naar achteren te kijken. Je mag niet kijken, zeiden we. Vertrouw ons. Papa zal je nooit laten vallen, zei mijn man tegen hem. Maar hij bleef kijken. Ik vind het echt eng, zei hij. Straks val ik, en dan doe ik me pijn.

Judo-examen, een paar weken geleden. Ze zouden voor de blauwe slip gaan. Ik vond ze de afgelopen tijd heel erg goed doe bij judo. De worpen deden ze goed. Nr2. vocht ook met andere jongetjes. Nr1. durfde veel meer. Het wierp kennelijk zijn vruchten af. Ze mochten allebei de blauwe slip overslaan en kregen de bruine slip. De meester gaf er een korte speech bij. Tegen nr1. zei hij: je doet het zo goed. De worpen, je laten vallen, het vechten. En je bent zo sterk, weet je dat wel, zei de meester toen.

Het is waar. Hij heeft een sterk lichaam, bijna massief. Ik voel zijn hand altijd heel krachtig als hij mijn hand vasthoudt. Soms moet ik hem nog optillen, maar ik vind hem echt zwaar: zijn benen, zijn houding.

Zwemmen dan. Je kunt meer dan je denkt, schreef de badjuf in zijn boekje. En hij kan het nu ook: zonder zwemvest zwemmen. Hij durft te springen. Hij durft onder water te gaan.

Een keer zei nr1. eens tegen mijn in de auto: ik vind nr3 zo schattig mama, soms zo schattig dat ik wel kan huilen.

Hij kan zoveel. Hij is zo sterk. Hij is zo slim. Ik weet dat ik niet geheel onpartijdig ben, maar ik vind het echt. En zo ontzettend gevoelig. Niets gaat aan hem voorbij.

Elke ochtend geef ik hem een knuffel, en dan zeg ik zachtjes in zijn oor: je bent zoveel waard lieverd, weet je dat wel? Laatst antwoordde hij terug: ben ik dat echt mama?
Och lieve schat. Je moest eens weten hoeveel.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store