Het is 1 van de bekende grapjes van mijn man die hij te pas en vooral te onpas op tafel gooit: hij dacht met mij ook mijn zogenaamde indonesische kookkunsten in huis te hebben maar hij was dus heel teleurgesteld dat het totaal niet het geval is.

Want laatst hadden we het er over. Wie kan er lekker koken bij ons in de familie? Mijn moeder, mijn tantes en is dan hun specialiteit? En dan heb je nog mijn vader natuurlijk die bij elke verjaardag een grote pan bami goreng moet maken. Mijn moeders roti kukus is favoriet, net als haar rendang, weer een andere tante maakt heerlijke nasi goreng, weer een andere tante maakt de lekkerste pepesan, pittige vis uit de oven. En dan heb ik het nog niet over mijn oma die echt het allerlekkerste eten ooit maakt, maar goed, daar ben je ook oma voor.

Die generatie sterft helaas uit. Nu moet ik het doen, mijn nichten, mijn nichtjes. En wie van ons kan er nog oldschool indonesisch koken? De waarheid is zeer bedroevend: weinig. Mijn nichtje O. misschien wel. Of mijn andere nichtje D. Alleen zijn zij beiden ook getrouwd met een niet-indonesier waardoor ook die keuken aan het mixen is.

Zonde vindt mijn man. En mijn moeder. Stiekem hebben ze een beetje gelijk.

Want laatst maakte ik een overheerlijke soep. Mijn moeder sliep die dag bij ons. Heb je ook rijst, vroeg ze, en ik zei “ik zal in even mijn voorraadkast zoeken”. Daar keek mijn moeder al vreemd van op, tenslotte: zoeken naar rijst? Dat heb je gewoon in huis. Ik kwam met een half doosje zilvervliesrijst aan.

Kijk mam, zei ik enthousiast, hier is rijst. Ze pakte het doosje aan, las hardop zilverliesrijst en keek me weer vreemd, of meer boos, aan. Zilverliesrijst? Dat eet ik niet, zei ze. Mam, zei ik, rijst is gewoon rijst. Waarop ze zei “basmatirijst, ok, maar je weet dat we alleen pandanrijst eten”.

Ik heb nooit rijst in huis mam, zei ik, en mijn moeder zei “je moet gewoon rijst in huis hebben. Je bent toch indonesisch? Straks ben ik er niet meer en kan jij niet eens indonesisch koken”.

Het is waar. Ik kan best een aardig potje koken maar ik kan absoluut niet indonesisch koken. Zelfs voor de simpelste nasi goreng zoek ik nog een recept op. Wat dat betreft ben ik een ontzettende cultuurbarbaar. De indonesische keuken behoort namelijk totaal niet tot mijn lievelings. Het is gewoon niet mijn smaak. Ik hou niet van pittig eten, en dat is de indonesische keuken vooral, en misschien is het een trauma van vroeger. Ik was vroeger een ontzettend moeilijke eter en we aten elke dag rijst dus nu komt rijst gewoon mijn neus uit.

Ik zal nooit denken “hmm, ik heb zin in nasi”. Ik vroeg het mijn man eens, marokkaans van afkomst, of hij niet gek wordt van de marokkaanse keuken maar zijn moeders marmita is nog steeds zijn lievelings.

Met mijn vriendinnen had ik het er laatst over. Over Anthony Bourdain die het liefst bij mensen thuis at. Mensen die authentiek kookten. Mensen die altijd een gerecht kookten waarvan het recept van de moeder, de oma, of zelfs de overgrootoma kwam. In ieder geval een familie recept, een recept dat generaties lang in de familie was.

Die generatie van mijn moeder, mijn tantes, die worden steeds ouder. Mijn generatie, in ieder geval die hier in Nederland woont, zijn allemaal getrouwd met iemand van een andere cultuur. Dat is een logisch gevolg misschien wel, van de prachtige multiculturele samenleving waarin we leven. Maar dat heeft ook weer als gevolg dat keukens versmelten. En daarom is het des te belangrijker om eigen keukens in ere te houden.

Maar goed, hoe pak ik dat aan? Ik die de indonesische keuken niet eens perse lekker vind, en daarnaast ben ik al zo’n laatbloeier met koken.

Tegelijkertijd, wat voor recept ga ik doorgeven aan mijn kinderen? Het is toch van te zotte dat ik niet eens een fatsoenlijke rendang kan maken?

Dus heb ik het boek Indorock gereserveerd. Ik hoorde op de radio eens een interview met Vanja en ze krijgt van mij pluspunten dat ze spreekt over de indonesische keuken en niet de indische keuken, iets dat heel anders is.

Als mijn rendang eindelijk goed gelukt is mogen jullie allemaal langskomen om te proeven.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store