Tijdens onze vaste wandeling vanochtend kwamen op hetzelfde pad twee studenten van de andere richting aanlopen.

Omdat we met zoveel waren, mijn man, nr1. en ik, nr2. op de fiets, nr3 in de kinderwagen, waren de studenten zo lief om anderhalve meter verder op het toch verder rustige fietspad te lopen.

Ze liepen ons voorbij, een glimlach, een knikje. Opeens realiseerde ik me hoe fijn dat was.

Stel je voor, in een normale situatie. Je loopt met je gezin op een wandelpad, er komen andere mensen aan en die gaan opeens, om jou te ontwijken, een stuk verder te lopen. Ik zou het toch vreemd vinden. Wil je niet in onze buurt komen? Vind je ons raar misschien?

Maar we leven nu een aantal weken niet in een normale situatie. Het is goed juist nu, dat ze van het wandelpad af gingen. En die ene glimlach, dat ene knikje met de hoofd, was even een teken van he, hallo. Ik zie je, en ik denk aan je, en daarom loop ik nu even verder.

Gisteren fietste ik even net nr1. We kwamen een moeder tegen van de school. Ze stopte, ik stopte ook, realiseerde me opeens dat ik wat dicht bij haar was gestopt, dus zei “oh, sorry, ik ga even anderhalve meter verder staan”. Ze moest lachen, we praatten wat, hoe ging het thuis, met de kinderen, enz.

Het was een fijn gesprek, maar door de afstand voelde het ook een beetje..tja. Raar.

Ik denk aan de stille wegen. De rustige fietspaden. We liepen langs de school, hartstikke stil. Normaal een plein vol kinderen. Vrolijke kinderstemmen, het geluid van voetballen. Het geratel van de speelwagens.

Ik sprak een juf via instagram, ze werd er zo sip van. “Juist het geluid van kinderen”, zei ze, “juist daar word ik zo vrolijk van. Ik mis ze”.

Gisteren was mijn neefje jarig. Twee jaar werd hij. We stuurden een filmpje waar ik met de jongens en de ukelele happy birthday zong. We appten. Mijn schoonzus stuurde toch weer een bericht “gezien de situatie nu gaat het feestje toch niet door”. Begrijpelijk. En ik mis het. Ik mis de feestjes, ik mis familie om me heen, ik mis de knuffels van die kleine knuffelbeer.

We spraken in de familie app. Er zijn twee jarigen in april. Ook dan zullen we elkaar niet zien. Wat jammer, appten we elkaar, en toen zei iemand “als de corona shit voorbij is dan gaan we met z’n allen bbq-en!”. Wat een heerlijk vooruitzicht. Eten met mijn familie, lachen, dicht bij elkaar staan, dicht tegen elkaar aan hangen op de bank.

Mijn moeder appte ons. Ze had met de dokter gesproken want ze wou het toch zeker weten van iemand “die er wel verstand van had”. Ik ben verdrietig, zei ze. De dokter zei ook dat het toch goed was om voorlopig niet naar Groningen te komen. Tot 1 juni kunnen ze de kleinkinderen niet zien.

“Nenek, je kan toch videobellen”, appte nr1. En mijn moeder appte terug “maar ik wil jullie zo graag knuffelen”. Een sippe emoji erachter :(.

Nu voel ik het gemis. Het gemis van juist wel bij elkaar staan. Van elkaar juist wel even aanraken. Een knuffel, een omhelzing. In mijn boek heb ik er een stukje over geschreven “ik raak aan, dus ik ben”. Over hoe fijn huid op huid contact is.

We moeten nu even goed afstand houden. Anderhalve meter. Ik stel voor, als de corona dinges helemaal voorbij is, om elkaar goed vast te houden. Te omhelzen. Aan te raken. Te knuffelen, waar kan, waar mag. Het zal mij in ieder geval goed doen.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store