Er was een kleine grote beer.
De beer was heel groot. En tegelijk nog klein. Hij was ook een beetje gespierd. Lekker bol.

De beer had hele grote poten. Met dikke vetkussentjes. Met die poten kon hij lopen. Rennen. Heel hard. Overal door het bos, waar hij maar heen wou.

Op een dag stapte de beer met zijn grote poot op iets plakkerig. Hij voelde het door zijn scherpe klauwen.

De beer hief zijn grote poot op. Hij keek ernaar. Het was kauwgom.

Witte kauwgom. De kauwgom plakte heel erg. De beer deed zijn poot naar zijn snuit. Hij snuffelde aan zijn poot.

De kauwgom rook lekker zoet. Naar aardbei. Naar kaneel. Ook een beetje scherp. Naar munt misschien.

De beer keek heel lang naar zijn grote dikke poot. Naar de stukjes kauwgom tussen zijn klauwen. Hij besloot toen dat de kauwgom bij hem mocht blijven. Bij hem mocht zijn. Bij elke stap die de beer zette zou de kauwgom mee gaan. Een afdruk laten. Op de grond. Op de aarde.

Kleine grote beer. Kauwgom.

(Ik ben te horen vanaf 7:25 op de podcast van Hade. Over actief burgerschap. Dacht, misschien leuk om even hier te melden).

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store