voor de zomervakantie, nog in de oude wijk, werd ik gebeld door een moeder van de school.

Ja, zegt ze, ik denk ik bel je even, want ik zie je zoontje hier lopen, best wel ver weg van jullie huis, en ik dacht, ik laat het je even weten, want misschien is hij wel veel te ver. Maar als het mag van jou, sorry, dan hang ik meteen op hoor.

Nr2. was aan het spelen bij zijn beste vriendje. Ze waren buiten aan het spelen, op avontuur, op de fiets, op een trampoline aan het springen bij buren, vlakbij water.

Waar is hij precies, vroeg ik. Ze zette mij op videocall zodat ik hem kon zien.

Nee, hij is te ver, zei ik. Roep hem, vroeg ik haar.

Ze riep hem. Liep naar de jongens toe. Je moeder hier, zegt ze, en ze geeft hem haar telefoon. Terug naar huis van je vriendje, zeg ik hem streng, hup. Je bent te ver weg.

Hij keek wat ondeugend, beetje beschamend, gaf de telefoon terug aan de moeder.

Sorry, zegt ze nogmaals, ik wou niet mee bemoeien hoor, maar ik denk, ik bel je gewoon voor de zekerheid.

Nee, nee, zei ik, goed juist dat je belt, hij was inderdaad te ver.

Gisteren werd ik gebeld door weer een andere moeder van de wijk. Haar zoontje is weer een vriendje van nr1. Ze had, ontzettend lief, sinterklaas kadootjes geregeld voor de jongens. Die had ze gebracht en bij ons aan de deur gehangen (we waren niet thuis).

Praat even met mijn zoon, zei ze, en ze gaf de telefoon aan haar zoon. Vertel haar wat je hebt gedaan, hoorde ik haar streng zeggen.

Ik heb ruzie gemaakt hoor ik hem zeggen. Waarom, vraag ik hem, waarom heb je dat gedaan? Hij zegt niets. Kijkt een beetje sip. Heb je sorry gezegd tegen dat meisje? Ja, zegt hij, en hij kijkt naar zijn moeder. We zijn net naar haar huis gegaan.

Niet meer doen he, zeg ik streng. Kom een keer bij ons, dan praten we er over. Hij moet alweer een beetje lachen. Ja, zegt hij enthousiast, en naast mij zit nr1. die ook roept “ja, kom een keer weer bij ons spelen!”.

Ik denk aan vroeger, vakanties in Indonesie. Ik sliep bij die nicht, bij dat ene nichtje, altijd bij familie, en mijn oom en tantes behandelden mij als hun kind. Mijn moeder vertelde dat zij haar buurmeisje vroeger altijd bij hun sliep, was gezellig, zei mijn moeder, maar ook zei ze “iedereen daar is je familie. Het is geen ik. Het is een wij”.

Ik moet denken aan “it takes a village to raise a child”. Het is niet alleen ik. Het zijn ook de anderen. Het is niet alleen mijn kind. Het gaat ook om andere kinderen.

Maandag keek ik de docu “klassen” op npo1.
Daar werd ik een beetje verdrietig van.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store