Ik schijn dus ook maar wat te doen

“Ik probeer me eraan over te geven. Echt waar. Aan dit hele gedoe. Ik probeer me niet te ergeren. Maar het is moeilijk. Ik vind bijvoorbeeld het insmeren van m’n kinderen al iets om enorm tegen op te zien. Steeds weer die handeling. De zon in, zwemmen, en dan weer insmeren. En dat is alleen nog maar het insmeren”.

Komt uit het stukje van Henk. Zoals wel vaker bij die stukjes van Henk grijpt het me. Eerst denk ik nou nou, dit klinkt ook weer zo hard Henk. Dan opeens realiseer ik me dat ik mezelf erin herken. Als ouder.

Henk heeft het over het insmeren van de kinderen, ik heb zoiets bij de kinderen in de autostoeltjes zetten. Ja, super belangrijke handeling natuurlijk, ik weet het. Maar godver, wat is het een shithandeling. Een gedoe. Kut. Klote. En niemand die het me heeft verteld van te voren he. Zeg eh Des, als je dus besluit om moeder te worden weet dan ook dat, naast die gebroken nachten, krampjes en woede aanvallen van peuters, dat je die monsters dus ook nog eens altijd moet vastzetten in de auto. En dat is kut.

Het komt omdat ik bijna altijd in haast en chaos van huis ga. Omdat ik altijd meer tijd nodig heb om mezelf en dus 3 jongens klaar te maken. Kom ik ook altijd achteraf achter. Maar er is altijd iemand die eeuwen doet over zijn schoenen (nr1). Of iemand die besluit NIET mee te willen gaan (nr2). En nr3 moet ik altijd weer ergens zoeken.

Maar, waar ik heen wil met dit stukje.

Ik las die alinea voor aan mijn lief die ik op dat moment totaal niet lief vond. Het was de laatste dag van de vakantie. Iedereen was moe. Brak. Gesloopt. De kinderen waren vervelend. Stout. Verveelden zich ook nog. Ik moest nog inpakken. De koelkast uitruimen. Dingen weggooien. Dingen vooral niet vergeten. We zaten er allemaal een beetje doorheen. Ik was chagerijnig. Mijn man nam die energie van me over. Of misschien was het andersom, ik weet het niet eens meer.

Maar ik was er klaar mee, dat weet ik nog wel. Met kinderen. Met moeder zijn. Met vakanties met kinderen als moederzijnde. Ik wou alleen zijn, maar dat kon niet. Ik wou alleen even weg, kon ook niet. Ik wou slapen, dat was wel het laatste wat op dat moment kon.

Ik gaf de kinderen nog maar eens een wit bolletje (ze moesten toch op) met chocopasta, ik deed Netflix voor ze aan, en thank god waren ze even stil.

We waren aan het kibbelen, mijn man en ik, over kleine dingen, domme dingen, we waren immers allebei moe en chagerijnig, ik zei dat ik klaar was met het moederen, hij zei “krijgen we dit weer”, ik werd nog bozer, en opeens moest ik aan dat stukje van Henk denken.

En toen las ik dus dat stukje voor. Ik zei dat ik het herkende, dat ik hetzelfde heb met de kids in een autostoeltje vastzetten, en toen zei mijn man “waarom is het meteen zo negatief?”.

Ik werd weer pissig. Het laatste wat ik genoemd wil worden is een negatief persoon, want natuurlijk ben ik dat niet. Het is gewoon even zo, zei hij toen. We hebben elke dag gezwommen, elke dag laat op bed, ja tuurlijk zijn ze vervelend, en ja tuurlijk ben jij ook moe en dat mag je ook zijn, en ja ik ben ook moe, maar dat geeft toch niets? Je drukt meteen een stempel op de vakantie, op de kinderen, terwijl het ook hartstikke leuk was.

Ja, zeg ik, tuurlijk was het ook leuk. Maar vakantie met kinderen blijft toch gewoon hard werken? Ja, zei mijn man, blijf het vooral herhalen, dan blijft het ook pittig en moeilijk en hard werken.

Ik zuchtte diep. Hij had ergens gelijk ja. Maar ik ook.

Later dacht ik er nog aan terug. Aan dat gesprek. Aan vakanties met kinderen. Aan het ouderschap. Dat ik nog steeds kan struggelen, als moeder. Terwijl: ik heb er toch al drie? Ik weet toch onderhand wel hoe dat moet: dat opvoeden? Moeder zijn? Ouder zijn, samen met mijn man? Zijn dit nou nog steeds tropenjaren, of kan ik inmiddels een beetje achterover leunen? Waarom kan ik intens genieten en zijn er ook momenten dat ik het gevoel heb dat ik bijna verzuip omdat ik gewoon echt niet weet hoe ik het moet aanpakken, dat moederen, aandacht geven, opvoeden, ze liefde geven maar wel op de juiste manier, enz, enz, enz, enz?

Ik moet denken aan een meisje van heel vroeger, geen diploma, kon niet met geld omgaan, geen werk, maar werd per ongeluk zwanger. Beste wat haar is overkomen. Toen ik zwanger werd van nr1 zei ze tegen mij “Des, als zelfs ik het kan, dan kan iedereen het. Echt”.

Maar kan Des het eigenlijk wel?

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store