Ik had eigenlijk weg moeten lopen

Vorige week had ik opeens zin om een derde gaatje in mijn oor te laten schieten. Nr1 en nr2 vinden het altijd heel interessant als ik oorbellen indoe en laatst vroeg nr1. hoe dat nou kan, een gaatje in je oor. Ik legde uit dat gaat met een klein pistooltje, en dat vond hij reuze eng natuurlijk, dus dacht ik zo: kunnen ze meteen zien hoe dat nou in zijn werk gaat.
Ik moet toch wat aangezien ik geen dochters heb.

We liepen naar het winkelcentrum bij ons in de buurt, daar zit de Lucardi. Het was nog vroeg. Een klant ging net weg. Ik stond wat oorbellen in de vitrine kasten te bekijken. De verkoopster liep op me af.

Ze was niet vriendelijk. Niet zacht. Niet lief. Niet klantvriendelijk. Ik zag het meteen aan haar gezicht, haar houding, haar stem, alles. Wat kan ik voor je doen, vroeg ze, en ik zei dat ik wat oorbelletjes zocht en een derde oorgaatje wou laten schieten. Ok, zei ze.

Verder niets. Een andere klant kwam binnen, die had een vraag over haar kapotte ring die ze graag wou laten repareren. Wat de kosten zijn? De verkoopster reageerde wederom totaal niet vriendelijk. Kortaf en zakelijk. De klant probeerde nog een klein praatje, maar kreeg geen gehoor.

Ik vroeg haar of de oorbellen in de vitrine echt zilver waren, ze zei kort “dat staat toch er toch ook bij?”.

Oja, nee klopt, zei ik toen. Ik zei nog niet geen sorry. Sorry, dat ik het vroeg. Sorry, dat ik je lastigval. Sorry, dat ik besta.

Ik had weg moeten lopen, moeten denken “zo laat ik me toch niet helpen”, maar ik bleef. Ook tijdens het gaatje schieten bleef ze kortaf, zakelijk, onvriendelijk. De jongens vonden het reuze interessant en ik weet dat ik altijd, echt altijd, aanspraak krijg met mensen waar ik ook kom met die kinderen van mij maar zelfs daar reageerde ze niet op.

Niet geheel toevallig moest ik aan dit alles terugdenken toen Suus van de week dit stukje schreef. Voor mezelf opkomen, ik vind het zo goddamn moeilijk.

Op het moment dat de verkoopster bijna snauwerig zei “dat staat er toch bij?” komt er meteen kortsluiting in mijn hoofd. Ik keer meteen in mezelf. Ik klap dicht. Ik ga in een soort van beschermingsmechanisme en zeg het liefst sorry, lach alles ongemakkelijk weg.

Ik kan nooit adrem reageren. Ik heb nooit mijn woordje klaar. Ik denk heel vaak, achteraf veilig thuis, shit. Ik had dit moeten zeggen. Of dat anders moeten verwoorden. Ja thuis, in een veilige omgeving, weet ik opeens hoe ik het veel anders had moeten aanpakken. Beter. Maar op het moment zelf? Kriebels.

Ik heb het niet alleen bij mezelf, ook bij situaties bij anderen. Mijn beste vriendin R. surinaams en zeker niet op haar mondje gevallen kan alleen al met haar blik onvriendelijke mensen doden. Echt, ik ben er weleens bij geweest en zelfs dan is het teveel voor mij, ik keer in mezelf terug, ik kijk onhandig om me heen, ik weet niet wat ik moet doen. Verhitte disussies op tv? Het is 1 van de redenen dat ik geen Pauw of Jinek kan kijken. Wegzappen.

Met mijn zusje had ik het erover, die het wel herkende bij haarzelf, maar niet heel erg, want ze is best een pittig ding. Waarom ben ik zo, vroeg ik haar (en mezelf) af, hoe kan ik meer voor mezelf opkomen?

Ik ben denk ik vaak bang om niet aardig gevonden te worden, om buiten “de groep” te vallen, om er niet bij te horen. Terwijl, wat Suus terecht zegt:, voor jezelf opkomen is ook zelfcompassie. Is ook lief zijn, voor jezelf, juist voor jezelf.

Dit stukje zou compleet zijn als ik nu met een situatie zou komen waar ik het meteen maar even kan toepassen, maar “helaas”. Die is nog niet voorgekomen. Misschien ook wel omdat ik het zelf uit de weg ga.

Ik weet het niet.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store