Half surinaams, krullend haar, mooie ogen met een aziatisch trekje. Volle lippen. Ze is klein. Haar lach is hard. Aanstekelijk.

Als ze moest lachen hoorde ik haar in het hokje naast mij. Soms zaten we naast elkaar. Goedemorgen, zei ze dan plechtig, en dan moest ik lachen en ik zei “niet zo doen”, en dan moest zij ook lachen, en zo lachten we samen.

Elke dag hoopte ik haar te zien, dat ze ook moest werken. Misschien in de kantine, misschien in de pauze, buiten aan het roken. Ik rookte toen ook nog. En ik moest vaak aan haar denken. Ik fantaseerde over haar. Ik vroeg me soms af wat ze aan het doen was.

Het was een fantasie, pure fantasie, een crush misschien, maar geen verliefdheid. “Ik heb een crush op een meisje van mijn werk”, zei ik tegen mijn man, en hij moest lachen. “Mooi”, zei hij, en zo genoot ik een paar weken lang van gewoon haar nabijheid, haar zo af en toe te zien op werk.

Op een dag was het over. Zij ging op vakantie naar Suriname, ze appte me nog kan ik me herinneren, en toen ze terugkwam was ik al weg, ontslag genomen, ik vond een leukere baan.

Ik weet niet of ik echt een relatie zou kunnen hebben met een vrouw. Ik voel veel voor vrouwen, magische wezens als ze zijn, en ik zou denk ik wel graag iets met een vrouw willen hebben, dat hoeft niet eens een echte relatie zijn, maar dan spreek je weer over labels enzo, en ik wil dat niet.

Ik wil gewoon een vrouw vasthouden, iets voelen, haar lange haren gaan, met haar praten, samen lachen.

Toen ik een hele lange tijd geleden door mijn telefoon scrollde, zag ik haar nummer staan, ik had nooit geweten dat ik die nog had. Ik besloot haar een appje te sturen, zomaar uit het niets.

Ja, ze wist nog wie ik was, ja, ze had ook mijn nummer nog. Ik vertelde haar wat ik toen voor haar voelde, en ze moest lachen, nee, ze had het nooit geweten van mij, en toen zei ze “misschien was het zelfs wat geworden”.

Ik wist niet eens dat ze op vrouwen viel, nee joh, ja, echt waar, goh, zei ze, je bent misschien de enige die het niet zag, toen ze uit de kast kwam was het niet eens groot nieuws, iedereen wist het al.

We spraken hoe het met haar ging, wat ze deed, waar ze woonde, wat ik deed, wat een geweldig gesprek is dit, zei ze, je appt me, en ik vind het zo leuk dat ik dit nu weet, en ik zei vind je het niet gek, en toen zei ze, nee helemaal niet. wees maar eerlijk, zei ze, altijd.

Ik heb het gesprek nog steeds in mijn telefoon. Soms scroll ik naar dat ene zinnetje, “het had misschien ook wel eens iets kunnen worden”.

Het had iets kunnen worden. Maar wat dan precies.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store