Gesprekjes hier en daar

Boodschappen halen. Alleen. Ik ben in de Lidl en heb avocado’s nodig.

Ze zijn nog erg groen, een paar tegen het donkere aan. Een moeder met haar zoontje staat er ook. Ze is, vermoed ik, mijn leeftijd.

Ik pak een paar avocado’s vast. Ik knijp erin om te voelen hoe rijp ze zijn. Ze zijn nog best wel hard, zeg ik hardop. Ja, en nog best groen he, zegt de moeder.

Een doos erachter liggen wat rijpere avocado’s. Ik knijp in nog een paar. Deze zijn wel wat zachter, zeg ik. Ze pakt ook wat vast. Ja, deze doen we maar.

Ik haal nog wat mais, morgen gaan we barbequeen.

Bij de kassa zet ik al mijn boodschappen op de band. Achter mij staat diezelfde moeder met haar zoontje.

Wat ga je maken met de mais, vraagt ze mij opeens. Ik haal mijn telefoon erbij en laat haar dit recept zien. Oh lijkt me heel lekker, zegt ze. Ik vertel haar dat we morgen bij mijn ouders gaan barbequeen. De limoen en koriander heb ik gelukkig al thuis zeg ik. Geniet ervan, zegt ze. Als ik heb afgerekend groet ik haar nog even. “Fijn weekend!”.

Op de terugweg naar huis sta ik met mijn fiets stil bij een kruising. Auto’s rijden voorbij. “Hoi!”, hoor ik opeens naast me. Het is mijn buurman.

“He”, zeg ik terug. Jij ook hier. We praten wat over het weer (“wat waait het hard he”, “nou, inderdaad, maar niet koud ofzo!”). “Even boodschappen gedaan?” vraag ik hem.

Ja, moet ook even he, antwoordt hij. Dan vertelt hij dat het wel moeizaam gaat, want hij heeft erg last van zijn rug. Bij het klaarmaken van het dakterras is het in zijn rug geschoten, en sindsdien zit hij half in de ziektewet en loopt hij bij de fysio.

Wat vervelend, zeg ik. Ik vraag hem nog wat over de pijn, over zijn rug, over of misschien zwemmen helpt, of toch yoga, en dan zeg ik “je kan ook gewoon aanbellen he, als je boodschappen nodig hebt ofzo. Ik ben altijd wel thuis. En ga bijna elke dag wel even naar de supermarkt met de jongens. Echt geen probleem”.

Hij is een beetje stil. Hoort het wat aan. Oh, nou, wow, ja dat vind ik eigenlijk wel heel lief, zegt hij dan.

Het is eindelijk rustig bij de kruising en we fietsen naar huis. We praten nog wat, ik parkeer mijn fiets, haal de boodschappen uit de fietstassen.

Als ik bij mijn voordeur sta kijk ik hem nog even aan. “Echt doen he, als je hulp nodig hebt. Gewoon aanbellen hoor”. “Zal ik doen”, zegt hij, “beloofd!”.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store