Vrijdagochtend. Ik sliep diep, afgelopen nacht, en natuurlijk droomde ik. Over raketten, over harde schoten, over de straten van Aleppo. De documentaire liet mij niet los.

Het weekend rusten we uit. Ik ging met de jongens naar het Forum. We dronken warme chocolademelk bij Stach. Die ochtend kwam nr2. bij mij in bed liggen. Hij sloeg zijn armpjes om mij heen, fluisterde in mijn oor de romantische woorden “mama, ik heb zin in beschuit met muisjes”.

Gaan we hierna beschuit met muisjes halen mama, vraagt hij als we met lego spelen bij het Forum. Hoe kom je daar nou opeens bij, vraag ik hem. Gewoon, heb ik zin in. Ik snap dat concept. ‘S nachts wakker worden en zin in iets lekkers hebben.

Na het forum gaan we broodjes halen, voor in de oven. Mag jij beschuit zoeken, zeg ik tegen nr2 en nr1. En de muisjes. Al snel hebben ze het gevonden. Wel de blauwe mama, zeggen ze, de roze is voor meisjes, dat is stom.

Thuis eten we dus beschuit met muisjes. Zelf doe ik broodjes in de oven.

‘S middags gaan ze met mijn man buiten voetballen.

Ik ben moe. De kinderen, vraagt mijn moeder, maar dat is het niet, dit keer. Ze slapen goed. Ik slaap zelf heel diep maar ik kan ‘s ochtends mijn ogen nauwelijks open krijgen. De rest van de dag heb ik dikke ogen. Ik heb het gevoel alsof ik elke keer wel in slaap kan vallen. En dan opeens, rond half 10 avonds als ik naar bed ga, ben ik niet meer moe. Waarbij ik vervolgens besluit om toch weer Zumbo’s just dessert te bingewatchen.

We doen ons best, afgelopen weekend, allemaal. Met de warme broodjs uit de oven. Met beschuit met muisjes. Met spelletjes spelen, ganzenbord die nr2. de hele tijd wint, wie ben ik waar nr3. de hele tijd de klepjes mag dichtdoen. Ik maak gevulde paprika uit de oven. Ik snoep van de over heerlijke honeycomb met salted caramel uit de Stach.

Maar tussendoor zijn er ook irritaties. Nr1. die elke keer ruzie maakt om de tv. Nr2. die zijn broer pest. Nr3. die aan het afkicken is van de speen. De kinderen die mij maar niet eventjes alleen willen laten als ik een bladzijde van mijn boek wil lezen. Mijn man die op alles en iedereen bovenop zit om maar de lieve vrede te bewaren. Schreeuw niet zo, schreeuwt hij nog het hardste van allemaal. Het gaat goed, we zitten met z’n allen aan de eettafel te tekenen met muziek op de achtergrond, tot het opeens weer even niet goed gaat.

Als ik zondagmiddag met nr3 ga wandelen (mijn man: “ik neem de jongens wel weer mee uit voetballen, ga jij dan iets doen met nr3”) voel ik opeens van binnen weer dat verdriet. Dat het zo snel gaat. Dat ze zo groot worden. Nr1. moet weer nieuwe broeken. En dan denk ik weer aan die documentaire, het beeld van dat peuterjongetje, zijn lichaampje, zijn voetjes. Waarom weet ik in mijn hart dat ik moet genieten van mijn kinderen, maar waarom vind ik dat in de praktijk soms moeilijk? Ik zou me niet zo moeten ergeren aan dat geruzie, aan dat “mama, mag ik” gevraag, en tegelijkertijd weet ik ook dat het menselijk is.

Het was een beetje apart, dit weekend. Een beetje raar.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store