(dit is stiekem weer een stukje over de liefde)

De ouders van R (dat indonesische jongetje, de beste vriendje van nr1), zijn de liefste mensen ooit.

Zijn moeder wil ik helemaal inpakken en voor altijd bij me nemen. Ze maakt altijd een praatje met me, is helemaal gek op nr3, en als ze bij mij komt om R. op te halen komt ze nooit met lege handen, al is het maar een tros bananen dat ze meeneemt. Volgens mij is ze ook een soort van moeder overste voor alle andere indonesische jonge vrouwen die ik ook regelmatig in de buurt zie en waarvan de kinderen ook allemaal bij nr1. op school zitten. Iedereen kent haar, praat met haar of vraagt haar wel om iets te regelen in het bureaucratische land dat Nederland heet.

De vader van R. is een typische indonesische man, hij bemoeit zich niet veel met al die vrouwen, zegt niet veel, is wat stil maar altijd met een grote glimlach. Elke ochtend (hij brengt R. vaak naar school) zie ik hem fietsen, met een petje op en natuurlijk slippers aan. Dan groet hij mij “fijne dag zusje!”. In Indonesie spreek je elkaar bijna niet aan met je eigen naam, maar altijd met een mevrouw, meneer, of eigenlijk moeder of vader, zus, broer, of zusje. Het maakt de band tussen mensen nog sterker vind ik.

Soms ziet LOML hem ook fietsen, op die typische langzame indonesische tempo en dan doet hij hem na, waar ik altijd om moet lachen.

Maar de ouders van R. zijn dus ook zo lief met elkaar, heb ik gemerkt. Het zijn van die kleine liefjesheden noem ik het maar, zo nutteloos maar tegelijk zo vol liefde.

Zo halen ze soms beiden R.op, en dan speelt R. nog wat met nr1 op het schoolplein, en dan doen ze iets grappigs, en dan tikt de vader van R. zijn vrouw aan, ze wijzen naar de jongens en dan moeten ze samen lachen. Vind ik leuk om te zien.

Toen ze een keer bij mijn ouders waren, met een hele groep andere indonesische expats, zag ik ook al zoiets schattigs. Er zat allemaal eten op de tafel (maar natuurlijk), en de moeder van R. maakte oogcontact met haar man, ze wees naar een hapje op tafel, en hij moest lachen. Zo’n liefjesheid, geweldig vind ik dat. Waarom zouden ze lachen? Een leuk grapje over dat betreffende hapje op tafel, wat ze ooit misschien hebben meegemaakt, en waar ze toen ook al zo om moest lachen, en nu elke keer als ze dat hapje zien, denken ze er weer alleen. Alleen zij, met z’n tweeen. Weet je nog, toen en toen?

Later was zij aan het praten met de anderen, hij zat achter haar en begon haar rug te masseren.

Ook zoiets typisch indonesisch en tegelijk ook niet. Indonesiers zitten altijd op de grond, te praten, te kletsen, en gaan elkaar dan masseren. En ook vond ik het een mooi gebaar, omdat indonesische stelletjes van nature niet handtastelijk zijn. Een kus op de mond of zelfs op de wang, bij elkaar op schoot zitten, of hand in hand, dat zul je nooit zien. Maar dit dus, dat masseren, tijdens het kletsen, waar anderen bij waren, getuigd voor mij dan voor zoiets moois. Zoiets liefs. Hij doet het waarschijnlijk ook bij haar als ze met zijn tweeen zijn. En nu, zo bij iemand anders thuis, met andere mensen, is het zoiets vanzelfsprekend voor hem om dat te doen.

Zoals ik zei.
Weer een stukje over de liefde dus.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store