Die ene pluk haar en dat ik het niet meer weet.

Ik denk dat ik een jaar of 13 was, misschien 14 jaar. Niet ouder dan 15 in ieder geval.

Ik weet niet meer hoe ik erbij kwam, misschien dat ik het eens in een blaadje zag. De Tina misschien, of misschien ook wel de Veronica gids, waar mijn ouders jarenlang een abonnement op hadden. Misschien dat ik het daar eens zag staan bij een celebrity.

Ik heb echt geen flauw idee meer. Hoe ik erbij kwam, hoe ik het dan in mijn hoofd had hoe ik het precies wou hebben, en waarom ik ook echt dacht dat het bij me zou staan, ik weet het allemaal niet meer.

Ik liep folders op die leeftijd. Een folder van een supermarkt. Wat ik verdiende deed ik een oude theepot. Die theepot stond in een kast, in de woonkamer. Zo af en toe haalde ik al het geld eruit om te tellen hoeveel ik had. Op een gegeven moment had ik kennelijk genoeg geld om het te betalen.

Ik ging naar de kapper, een hippe kapper in de stad weet ik nog wel, het zag er tenminste heel sjiek en hip uit, en daar zei ik “ik wil graag gouden lokken in mijn haar”.

Ik weet nog dat ik ging zitten op een leren bankje, tegenover mij zat de kapper, een blonde meid, ze was best vriendelijk, dat weet ik nog wel. Ze haalde een paar mappen tevoorschijn, met plukjes gekleurde nephaar erin, en ze vroeg mij welke kleur ik dan leuk vond. Ik liet wat zien, niet heel licht goud, maar beetje donker goud, ze pakte een paar plukken nephaar, hield ze voor mijn gezicht, knikte een paar keer, zei een paar keer “deze zou je ook misschien ook leuk staan”, en voordat ik het wist zat ik in de kapperstoel.

Ik zat er heel lang, want mijn haar was nog nooit geverfd, ik heb diepzwart haar van mezelf, dus er moest een en ander geblondeerd worden, nogmaals, ik weet het allemaal niet meer.

En toen kwam ik thuis met gouden plukken in mijn haar. Ik dacht echt dat het me leuk zou staan, of nouja, misschien wist ik dat niet eens zeker. Ik wou dat ik het ergens had opgeschreven toen, in een dagboek ofzo, dat ik het nu terug kon lezen en echt wist wat er door me heen ging.

Wat ik wel weet, op een gegeven moment stond ik voor de spiegel en toen dacht ik: maar dit staat helemaal niet. Dit staat eigenlijk heel stom. Eigenlijk is dit gewoon heel lelijk. Ik had een pony, of nouja, een schuine lok voor mijn ogen en daar waren die gouden plukken helemaal niet mooi verdeeld. Ik had, en dat realiseerde ik me opeens, een geheel gouden pony, en de rest van mijn haar was eigenlijk gewoon heel zwart. Met ok, hier en daar een lichte gouden gloed. Maar het was totaal niet in verhouding.

Ik heb zo, voor mijn gevoel, heel lang gelopen. Met een gouden pony. En voor de rest piekzwart haar. Het groeide er heel langzaam uit.

Ik moest hieraan denken gisteren toen ik boodschappen deed en voor mij een vrouw stond met diezelfde kleur gouden haar. De helft dan, de rest was blond.

Ik wou dat ik wist waarom zij had besloten haar haar precies zo te verven. Maar dat weet ik dus niet meer.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store