De mait schrijft ook even over fesjun

Ik heb een haat liefde verhouding met fashion. Met mode. Met kleding. Dat komt, natuurlijk, door mijn vader.

Toen ik een opstandige rebelse tiener was wou ik heel graag een Levis 501 hebben. Ik herkende de Levis meteen bij andere mensen, aan dat rode labeltje natuurlijk.

Die broek kostte 100 gulden. Ik had een folderwijkje en daar verdiende ik nog maar net 100 gulden als ik een maand lang folders liep.

Nou Des, zei mijn vader, dan werk je dus keihard voor en vervolgens maak je al je geld op door er maar een broek van te kopen. broek van. Goh, het zou wat zijn als papa dat deed elke maand deed.

Mijn “haat” wat betreft mode is precies dat, het labeltje. Het merk. Ik heb daar helemaal niets mee. Iets kopen omdat er een label aan hangt, en al helemaal niet als het heel duur is.

Ik snap die mensen ook niet, die gerust 500 euro voor schoenen betalen, en vervolgens nog maar net de huur kunnen betalen, alles om er maar goed en mooi uit te zien. Alles voor dat labeltje. Voor de status. Het is net als met auto’s, en ook dat heb ik van mijn vader, want mijn vader kon makkelijk een mooie auto betalen, maar hij reed altijd in de meest verschrikkelijke bakken, want “een auto moet mij van a naar b brengen en niet meer dan dat Des”.

Van trends snap ik ook niets. Sommige vind ik leuk, sommige niet, sommige snap ik gewoon niet, waarom zou je het dragen in hemelsnaam, en ik snap ook niet de hele heisa rond de september issue van de Vogue, hebben we het nu echt over stukjes stof?

En toen kwam het internet, en de fashion bloggers, en nu die social infloensers op insta en ik zie ze de mooiste outfits showen, maar ik verdom het om me daar aan te houden.

Je zou dus denken dat ik, na dit praatje, erbij loop als een simpele ziel met een oude spijkerbroek en versleten trui.
Niets is minder waar.

Volgens mij was ik 16 of 17 jaar toen ik vintage ontdekte. Ik ontdekte kringloopwinkels. Tweedehandse kleding.

Ik ontdekte de leukste kleding, zonder label. En ik ontdekte ook hoe leuk je daarmee kon kleden. Maar vooral ontdekte ik dat als ik me zo kleed, ik een gevoel had dat ik tenminste er niet uit zag als iedereen.

Mijn hele leven, ja zelfs nu, houd ik rekening met andere mensen. Doe ik wat andere mensen willen. Ga ik met de massa mee.

Behalve met mijn kleding. Als ik ook maar even twijfel of ik “dit nou wel zou dragen”, doe ik het juist.

Ik zie kleding als iets oppervlakkigs, maar toch, zeker nu tijdens de lockdown, merk ik ook dat je leuk kleden helpt om je beter te voelen.

Want de dagen lijken verschrikkelijk veel op elkaar, en met dit weer zit je het liefst binnen, waar toch niemand je ziet, en dan bestaat het gevaar dat je toch weer dat grijze joggingpakkie uit de kast (uit de kast? Van de grond!) weer draagt. Waar overigens, laat dat duidelijk zijn, helemaal niets mis mee is.

Maar de laatste tijd lig ik ‘s avonds in bed me bijna te verheugen op de volgende dag want “wat zou ik eens aantrekken”, welke combinatie is leuk, misschien die ene jurk met die leuke riem? Ik draag het liefst flared leggings, lange fladderjurken, kleurrijke kimono’s of marokkaanse jurken, het liefst met zoveel mogelijk kleur of prints.

Kom ik toch weer tot die no buy.

Ik heb opgeschreven wat ik allemaal wil kopen, en Susannah gaf mij de tip over 10 of 30 dagen weer te kijken om te zien of je het nog steeds echt wilt hebben (dat vind ik een hele goede). We gaan het zien.

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store