Een nieuw huis. Net gebouwd. Stenen. Een dek van hout dat loopt tot bij de keukendeur.

Het huis was mooi, maar niet praktisch. Met de slaapkamers en de badkamer beneden. De trap omhoog naar de woonkamer en keuken. Weer naar boven een trap naar het grote atelier en het dakterras.

Het dakterras was precies goed, maar ook niet handig. De hele dag scheen de zon erop en in de zomer was het er loeiheet. Op het dek, bij de keuken, kon je zitten, maar had je niet de privacy.

Als ze grote boodschappen had gedaan moest ze altijd twee keer lopen. De boodschappen vanuit de auto naar de hal tillen. Dan de boodschappen van de hal met de trap omhoog naar de keuken tillen.

Toen ze zwanger was van de tweede werd het extra zwaar. Het tillen van de zware boodschappen. Het traplopen. En ook altijd haar oudste zoon op de heup. Die nog niet kon lopen.

Zo vertelt ze het altijd, aan de mensen die voor het eerst langskomen. Wat een mooi huis, zeggen ze dan. En dan zegt ze ja heel mooi echt, maar niet zo praktisch want. en. en, en kijk.

Het leek alsof ze nooit helemaal tevreden over het huis kon zijn. Dat er altijd wel iets was. Ondanks dat ze het geaccepteerd had.
Maar is het dan wel echt accepteren?

Twee kinderen werden er geboren. Op haar bed, in de slaapkamer. Drie kinderen werden er geleefd. Ze sliepen er, ze snurkten. ze werden ziek en werden er weer beter. Ze huilden en lachten. Ze zongen liedjes en maakten hun huiswerk. Ze keken er films en speelden er spelletjes.

En zij groeide, in dat huis. En bloeide. En heelde. En leerde. En liet angsten los.
Werd niet meer bang.

Toen was het tijd om weg te gaan.
Dag huis.

Written by

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store