“En, hoe bevalt het hier wonen in de buurt?”.

Zo af en toe spreek ik een moeder op het schoolplein die me deze vraag stelt. Goed hoor, zeg ik dan, ja, even wennen in het begin.

Waar woonden jullie hiervoor, wordt er dan gevraagd, en ik zeg de naam van de wijk waar we eerst woonden, en dan “oh, wat een verschil dan he”.

Ja, wat een verschil.

En wat moest ik wennen in het begin (en nog, soms). Ik denk aan de grote vrijstaande huizen in deze wijk. De grote tuinen. Ik denk aan de vele Hello Fresh of Albert Heijn bestelbusjes die hier rijden. Ik denk aan de tuinmannen, met de aanhangwagens. …


“Denk je dat deze groep genoeg uitdaging heeft voor nr1?”.

Vorig jaar, in onze oude buurt. Na de judoles spreek ik meester M. even aan. Al een tijdje is nr1. de grootste van de groep en ik zie hem tijdens de lessen ongeïnteresseerd naar buiten kijken, zo af en toe gapen. Als ze worpen moeten leren is er niemand die echt een uitdaging is voor nr1, en de kleintjes krijgt hij met gemak op de grond. Al een paar weken twijfelde ik of nr.1 misschien naar een andere groep moest.

Maar het is niet alleen dat.

De les, die 3 kwartier duurt, heeft genoeg uitdaging voor meester M. Het begint al met kinderen die standaard te laat komen, soms zelfs wel een kwartier. Dan is er het gedrag van sommige kinderen. Ze luisteren niet, ze liggen op de grond, ze lopen zomaar de les uit. …


Vanochtend bracht ik de jongens naar school, nr3. naar de creche. Eerst de jongens, daarna nr3, die een minion muts op had, helemaal over zijn hoofd heen getrokken, zo liep hij over het schoolplein, en ik zag al die moeders wel kijken en een beetje lachen, en daar liep ik dan, met mijn minion jongste over het schoolplein.

Toen ik hem ook had gebracht besloot ik stiekem nog bij nr2. te gluren.

(we moeten het vooral doen van foto’s en filmpjes die zo af en toe gestuurd worden door de juf, want ouders mogen door jeweetwel nog steeds de school niet in, iets wat ik heel jammer vind want je kunt dan zo fijn de sfeer proeven in zo’n klas).


Er was een kleine grote beer.
De beer was heel groot. En tegelijk nog klein. Hij was ook een beetje gespierd. Lekker bol.

De beer had hele grote poten. Met dikke vetkussentjes. Met die poten kon hij lopen. Rennen. Heel hard. Overal door het bos, waar hij maar heen wou.

Op een dag stapte de beer met zijn grote poot op iets plakkerig. Hij voelde het door zijn scherpe klauwen.

De beer hief zijn grote poot op. Hij keek ernaar. Het was kauwgom.

Witte kauwgom. De kauwgom plakte heel erg. De beer deed zijn poot naar zijn snuit. …


Ik zie het aan hem als ik hem ophaal van school. Ik zit op een bankje, op het schoolplein en wacht tot zijn klas naar buitenkomt.

Eerst zijn juf, zijn klasgenoten, ergens in het midden komt hij. Hij sjokt. Zijn rugtasje sleept hij naast zich. De lange hengsels gaan over de grond.

Hij kijkt om zich heen. Ik zwaai naar hem. Hij merkt mij op, loopt naast zijn juf “mama is daar”, de juf zwaait naar me, ik zwaai terug, en dan loopt hij naar mij toe.

Sjokken, meer. Zijn schoudertjes hangen omlaag, hij kijkt naar beneden.

He lieverd, zeg ik. Hoi, zegt hij. Ik neem hem op mijn schoot. Hij slaat zijn armpjes om mij heen. Zijn gezicht in mijn nek. …


Al een paar dagen staat er op een stukje muur, in een hoek, naast de Lidl “hier geen boodschappenwagens aub”.

Het is meteen bij de uitgang. Waarschijnlijk plaatsen mensen hun wagentje daar, halen ze hun boodschappen eruit en lopen naar de auto. De boodschappenwagentje moet echter iets verderop geplaatst, waar het hoort.

Een par dagen later zie ik er een groter papier bij staan. Met zwart viltstift staat er nu nog groter opgeschreven “HIER GEEN BOODSCHAPPENWAGEN PLAATSEN AUB!!!”, met wat extra uitroeptekens. Het eerste briefje staat er ook nog steeds bij. Er zijn nu dus 2 briefjes.

Waarschijnlijk hielp het eerste briefje niet. Ik zag het zelf ook. Elke keer als ik boodschappen deed zag ik daar een rij wagentjes staan. …


Voordat we bij de notaris zouden zitten om te gaan tekenen voor het nieuwe huis, de sleuteloverdracht, hadden we nog afgesproken bij het nieuwe huis, met de oude bewoner van het huis, om met de makelaar nog een klein rondje te doen in het nieuwe huis.

De man was gescheiden. Zijn beide kinderen gingen studeren. Het huis werd te groot voor hem. Het was het huis waar alles begon, waar ze gingen wonen toen ze nog gelukkig getrouwd waren, de kinderen waren er opgegroeid en groot geworden. Herinneren waren er gemaakt, zo kan ik me voorstellen.

Het bleek inderdaad zo te zijn. Toen we er aankwamen was zijn oudste dochter er ook. We sliepen vannacht voor het laatst met z’n allen in de woonkamer, zei ze met een lach. Kamperen. Haar vader zei dat zijn jongste zoon er niet bij kon zijn. Hij werd er te verdrietig van. Hij vertelde dat hij zat te huilen, gisteren, tijdens het kamperen in de woonkamer. …


ik wil geen kleren meer dragen dat knelt, in mijn buik, een strakke spijkerbroek, en ik op moet passen als ik teveel uit adem, dan gaat het knoopje los, de rits naar beneden, plop, daar komt mijn moederbuikje eruit. Ik wil niet meer. Ik wil kleren dragen dat lekker voelt, dat lekker zit, fijne stoffen, dat nergens knelt en benauwd zit en ik gewoon kan ademen, heel diep in en heel diep uit, zonder dat er iets puilt over de randjes.

Ik wil niet me niet meer scheren, niet meer scheren omdat ik het gevoel dat het moet van anderen, van de samenleving, dus ik draag een jurk, maar ik heb stoppeltjes benen, nou en, ik wil me niet hoeven scheren omdat “straks zien anderen en dan denken ze dat ik zo’n vieze met haren vrouw ben”, maar ik wil me wel scheren omdat ik het zelf fijner vind, zo’n gladde zachte huid. …


Soms zit mijn hoofd vol. Heel vol. Vol met alles wat ik moet doen, wat ik heb gedaan, wat ik doe op dat moment. Vol met gedachten, met spullen, met gedichten, met verhalen, met dromen, met fantasien. Vol met visualisaties.

Ik voel het aan het puntje tussen mijn wenkbrauwen. Het is een rits en het is bijna open geritst, er zit teveel in. Het is als een te strakke spijkerbroek, je hebt teveel gegeten, het ritsje gaat open,het is niet meer helemaal dicht, tot het einde, en zo voelt het in mijn hoofd. …


Ze is jarig. Mijn beste vriendin. 34 jaar wordt ze.

De dag voor haar verjaardag appte ze ons. “Ik kijk terug naar mijn 33 jaren en ik heb niets gedaan waarvan ik wou dat ik ze deed”.

We vertelden haar dat het goed was zoals ze was.
Dat ze moest op schrijven waar ze dan wel tevreden over was.

Ga ik doen, zei ze. “Ik ga nu slapen. En slaap lekker”.

Vandaag is ze jarig. Ik kan niet naar haar toe. Ik ben vergeten een kaartje te sturen. Ik heb alleen een kado gestuurd. Een kado vanuit de webwinkel die niet is ingepakt. Het komt met een kartonnen doos door de zoveelste medewerker ingepakt. Niet met liefde. …

About

Desbz

Zine 1 “Liefde” (2019). Boek 1. “Ik ben er (ook) nog” (maart 2020). Ben trouwens ook nog eens moeder.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store